25 okt. 2013

Méér dan superslim, deel 2: in contact met anderen

Klik voor vergroting
In  deel 1 van deze drieluik over het Delphimodel schreef ik over de binnenwereld van een hoogbegaafd kind. Over het diepgaande denken, het rijke voelen en het sterke willen.

In deel 2 wil ik ingaan op de specifieke manier waarop hoogbegaafde kinderen zich uiten. Op hoe ze interactie hebben met hun omgeving. De drie werkwoorden die daarmee specifiek te maken hebben, zijn WILLEN, DOEN en WAARNEMEN.

Door de stippellijn die in het model staat, wordt duidelijk dat het meeste van deze werkwoorden voor een buitenstaander nauwelijks zichtbaar is. Maar als je begrijpt wat de werkwoorden voor een hoogbegaafd kind inhouden, dan kun je veel meer van zijn zichtbare gedrag goed interpreteren.

Contact met anderen


Willen

Hoogbegaafde kinderen hebben meestal een zeer sterke wil. Dit komt voort uit hun sterke gevoel voor autonomie, uit hun snelle denken en hun rijke gevoel (zie blog deel 1). Wanneer ze iets hebben bedacht (denken), er erg enthousiast voor zijn (voelen), en dat graag zélf willen ontdekken (autonomie), dan ontstaat er een grote gedrevenheid. Ze kunnen daardoor onbegrensd nieuwsgierig zijn. En daardoor leren ze dan weer heel veel.

Misschien herken je dit aspect niet bij een kind in je omgeving. Dat kan. Sommige kinderen zijn, door een niet-passend ontwikkelingsaanbod of een niet-passende opvoeding, gestopt met willen. Ze hebben geen ruimte gekregen voor hun sterke denkvermogen, of kregen niet de autonomie die ze nodig hadden en zijn passief geworden. Merk je dat dit het geval is bij een leerling, dan is het noodzakelijk om het vuurtje weer aan te wakkeren. Probeer uit te zoeken waar het kind warm van wordt en ga daarmee met het kind aan de slag.

Voorbeelden:
A. (bijna 4) komt voor het eerst op school om te wennen. Hij stormt de klas binnen en gaat als een tornado in de rondte langs al het speelgoed en materiaal. Zijn gedrevenheid en nieuwsgierigheid is letterlijk ontembaar. Daarmee overdondert hij de kinderen in de klas, die vervolgens niet met hem willen spelen. Daar is hij op zijn beurt dan weer intens verdrietig over.

D (3,5) hoort dat haar grote broer en zus op school de kleuren in het Spaans leren. Zij besluit dat zij niet kan achterblijven. Met behulp van een app op een tablet leert zij alle kleuren uit haar hoofd. En vraagt haar moeder om de kleuren in het Nederlands op te noemen, zodat zij ze in het Spaans kan opnoemen. Zodra ze ze kent, verzucht ze: "Yes. Dan ga ik nu alle dieren leren!", en huppelt weer naar de computer.

Doen

Een ander kenmerk dat typisch is voor deze kinderen is de sterke drang om van hun ideeën iets te maken, iets te creëren. Je kunt het zien als een uiting van al de werkwoorden die in het Delphimodel hieraan vooraf gaan.

Een meisje (9) dat heel begaan was met het lot van arme kinderen in Afrika, zette een heel systeem op om deze te helpen. Haar systeem haalde duizenden euro's op. Een jongen (14) die gegrepen was door goochelen, oefende dag en nacht en zette prachtige, ingewikkelde trucs in elkaar. Een meisje (10) dat zich tijdens schooltijd stierlijk verveelde, bedacht in haar hoofd complete films, met dialogen, cameraposities, kostumering enz. Dit laatste was niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar voor haar zelf waren dit heel levendige, bestaande films.

De drang om iets neer te zetten heeft te maken met iets waar dit kind zelf interesse in toont. Helaas is niet dit lang niet altijd het schoolwerk waar jij als leerkracht (of ouder) graag inzet voor ziet. Ook kan het zijn dat een kind geen uiting geeft aan deze creatiedrang. Dit heeft dan vaak te maken met het gebrek aan motivatie, zoals hierboven bij WILLEN is omschreven.

Waarnemen

Kazimir Dabrowski bedacht de
Theory of Positive Disintegration.
Hoogbegaafde kinderen zijn in staat om zeer gedetailleerd waar te nemen. Ze zijn zeer gevoelig voor allerlei prikkels van buitenaf. Soms zelfs ronduit overgevoelig. En hoe sterker die overgevoeligheid is, hoe sneller een kind daardoor in problemen kán komen. De Poolse psychiater Dabrowski heeft een theorie gemaakt over deze 'overexcitabilities'. Op deze site wordt dit helder uitgelegd. Je vindt er ook enkele handreikingen.

Je kunt je misschien wel voorstellen dat in bijv. een gesprek een zwakbegaafd kind niet zoveel subtiele signalen zal oppikken omdat het daar niet van bewust is. Voor een hoogbegaafd kind geldt dit de andere kant op: het is in staat heel veel signalen op te pakken, meer dan je je misschien kunt voorstellen. Deze signalen kunnen op allerlei gebieden zijn: zintuigelijk, emotioneel, intellectueel, motorisch, spiritueel. Het kan zijn dat een kind op één gebied een overgevoeligheid laat zien, maar ook op meerdere vlakken.

Voorbeelden:
J. is nu 6, maar kruipt haar hele leventje al achter de bank zodra er in een film of tv-serie emoties getoond worden. Zodra een prinsesje verliefd wordt, of een heks kwaad is, duikt zij weg, niet in staat om met deze sterk binnenkomende emoties om te gaan.

G. (8) is intellectueel erg snel geprikkeld. Zodra hij iets nieuws ziet of hoort, wil hij er alles over weten. Hij draaft dan, in de ogen van de juf, nogal door en is nauwelijks te stoppen!

D. (7) veert bij elk geluid in zijn omgeving op. Hij slaat zijn handen voor zijn oren bij elk hard geluid. Concentreren lukt hem nauwelijks, ook niet wanneer er gefluisterd wordt. Sinds hij een koptelefoon gebruikt in de klas gaat het een beetje beter. Maar het liefst werkt hij helemaal alleen in het kamertje van de directeur.

I. (4) voelt precies aan wat de juf van haar wil. Zonder dat de juf dat zegt. Omdat ze erg houdt van harmonie, past ze zich naadloos aan de situatie aan. Is de juf moe? Dan is ze de helpende hand. Is de juf geïrriteerd? Dan probeert ze de ruzie van de jongens te sussen. Is de juf vrolijk? Dan doet I. uitbundig vrolijk mee. Voor juf misschien een voorbeeldig kind, maar I. is dagelijks uitgeput van dit aanpassingsgedrag.

Conclusie

Een hoogbegaafd kind is een autonome denker die erg gedreven en nieuwsgierig is. Hij wil daar graag uiting aan geven door iets te scheppen, te creëren. Iets neer te zetten.
Allerlei soorten prikkels uit zijn omgeving vangt uit uitgebreid op. En door zijn hoge gevoeligheid is dit een katalysator voor zijn binnenwereld. De pijlen in het model laten heel duidelijk zien dat dit een continue proces is.

Het is daarom erg belangrijk om een hoogbegaafd kind inzicht te geven in deze werking van zijn wezen. En handreikingen om met deze continue stroom van prikkels, gedachten, uitdagingen en gevoelens om te gaan.

De volgende keer: de 4 overkoepelende factoren

In het volgende en laatste deel van deze drieluik, behandel ik de 4 factoren die overkoepelend voorkomen bij dit hele proces: intensiteit, snelheid, complexiteit en creativiteit. Hou deze blog dus in de gaten, of abonneer je hierop linksboven aan de pagina!

Heb je mooie praktijkvoorbeelden? Of heb je er iets anders over te zeggen? Ik vind het leuk als je hier een reactie achter laat!

3 opmerkingen:

  1. Wat een duidelijke uitleg van dit model Lonneke, ik heb nu al zin in deel drie!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Erg bekend, van mezelf vroeger en nu ook nog, vooral het voorbeeld van J. Mijn dochter heft veel weg van I die zich zoveel aanpast. En ook van mijn zoon en andere dochter herken ik wel het een en ander. Maar hoe verhoudt dit zich tot o.a. Syndroom van Asperger? Vaak ook hoog intelligente mensen!

    BeantwoordenVerwijderen