30 jan. 2013

Snelle baby's, peuters en kleuters: hoogbegaafd?

Jonge kinderen leren in sprongen. Mijn dochter van bijna 3 bewijst het: eerst was ze maandenlang bezig met talloze puzzels tot 80 stukjes, daarna een periode met balletdansen op De Notenkraker en sinds enkele dagen wil ze 4 keer per dag vingerverven om het kleurenmengen te ontdekken. Ze is net zo lang met iets bezig, totdat ze besluit dat iets anders interessanter is. Zo werkt het gewoon op deze leeftijd.

Wanneer een kind in een ontwikkelingsgebied verder is dan leeftijdsgenoten, dan valt vaak de term 'ontwikkelingsvoorsprong'. Vaak heeft een 'gewoon slim'** kind een voorsprong op enkele gebieden. Er zijn echter ook peuters en kleuters (en ook dreumessen en baby's) die op (vrijwel) alle gebieden een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Zijn zij dan hoogbegaafd?

Dit kan er aan de hand zijn:
  • Heel vaak zien we achteraf bij hoogbegaafde kinderen dat zij al op jonge leeftijd over de gehele ontwikkeling een flinke voorsprong (een of meerdere jaren) lieten zien. En daar deden ze dan soms ook nog eens helemaal geen moeite (inzet) voor. 
  • Maar die voorsprong hoeft niet zichtbaar te zijn. Er zijn kinderen die door allerlei omstandigheden (zoals gebrek aan uitdaging, door perfectionisme, faalangst en/of aanpassingsgedrag) geen voorsprong laten zien. Ook op heel jonge leeftijd al! Ze gaan bijvoorbeeld pas laat praten. Of willen niet deelnemen aan groepsactiviteiten. Dit heeft vaak niet te maken met hun capaciteiten, maar met omstandigheden en persoonskenmerken. Een perfectionistisch kind kan soms pas gaan praten als het zeker is dat het elk woord goed kan uitspreken. En een groepsactiviteit wordt soms gemeden omdat de slimme peuter zich onbegrepen voelt bij alle "baby's" (zoals hij leeftijdsgenoten die niet op zijn niveau functioneren, noemt) in de groep.
  • Ook kunnen 'gewoon slimme' kinderen in staat zijn enorme voorsprongen te ontwikkelen, als ze gedreven worden door een grote motivatie en inzet. Zij tonen dan een enorme werkhouding; ze werken er hard voor en hebben daar veel plezier in.
  • Wanneer er een tijd niet aan een ontwikkelingsgebied wordt gewerkt, kan het zijn dat de voorsprong weer verdwijnt. Maar deze kan uiteraard ook blijven bestaan.
Daarom spreken we op deze leeftijd niet van hoogbegaafdheid. Het is eenvoudigweg nog niet aan te tonen.

Snel signaleren in de groep
Toch is het heel belangrijk om begaafdheid zo jong mogelijk te ontdekken. Niet om dat labeltje op te plakken, maar om de juiste handvatten te hebben om de ontwikkeling van het kind te begeleiden. Want de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind verloopt meestal niet vanzelfsprekend.
Voorbeeld: wanneer een kind een peuter- of kleutergroep binnenkomt, kan deze zich binnen 5 tot 6 weken (!) volledig aanpassen aan het niveau van de groep. Waar veel leerkrachten en leidsters het kind even de tijd geven om te wennen aan de nieuwe situatie, geef je een begaafd kind dus óók de tijd om zich aan te passen aan het niveau van de groep. Met alle gevolgen van dien. En als het kind zich eenmaal heeft aangepast, is het erg lastig om dit kind nog te herkennen.


Signalen
Toch zijn er signalen die je kunt oppikken. Ten eerste zijn er signalen van de ouders. Zij zien vaak een verschil tussen de thuissituatie en school/kdv/psz. Thuis kan het kind bijvoorbeeld al mooie tekeningen maken met vele details, op school maakt het weer simpele koppoters. Of op het kinderdagverblijf is het kind erg lief en rustig, terwijl het thuis boos en verdrietig is en weer in z'n broek plast. Neem ouders die met deze signalen altijd serieus. Laat ze voorbeelden meenemen van deze verschillen die ze merken. Een tekening, een filmpje van bepaald gedrag, etc. Niet om ze te controleren, maar om ze serieus te nemen en om te kijken hoe groot de verschillen zijn. Vaak moeten ouders een flinke drempel over om de begeleider van hun kind te vertellen dat ze zien dat het niet goed gaat. Het laatste dat ze willen horen is dat de begeleider vindt dat het wel meevalt.

Signalen in de groep
Begaafde kinderen die onvoldoende uitdaging krijgen, kunnen heel divers gedrag laten zien. Er zijn diverse signaleringsinstrumenten (Sidi, DHH) die hierop inspelen, maar goede kennis over hoogbegaafdheid van de leerkracht blijft de beste signalering. Een goede basis om gedrag van begaafde leerlingen te kunnen interpreteren zijn de 6 types van hoogbegaafde leerlingen van Betts&Neihard.

Neem dus elk kind onder de loep. Vanaf de eerste dag op het kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of school. Laat de ouders bij de intake een tekening meenemen die het kind heeft gemaakt. Vraag ze naar de ontwikkeling van hun kind. Vraag niet zozeer of het kind erg snel is, want bijna elke ouder vindt z'n kind vlot in ontwikkeling, maar vraag of er bijzonderheden zijn, ook in vergelijking met andere kinderen. Zo geef je ouders ook de ruimte om eventuele vermoedens te vertellen. Want velen durven niets te zeggen, bang om als pusherige ouder uitgemaakt te worden. Of bang dat ze de ontwikkeling van hun kind misschien verkeerd hebben ingeschat.

En mocht je het vermoeden hebben dat het kind wel eens hoogbegaafd kan zijn, schakel dan de intern begeleider in. Samen met de ouders kun je dan je vermoedens bespreken en planmatig aan begeleiding van dit kind gaan werken. Daar zal het kind je zijn hele leven dankbaar voor zijn!


** Oef, wat heb ik een hekel aan deze term. Maar iedereen snapt wel direct wat ik bedoel. Dus ik gebruik het toch even.

1 opmerking:

  1. Hallo. Ik heb een vraag. Mijn dochter zit in groep 1 krijgt al geruimen tijd werk uit groep 2 maar ik ervaar ook dat ze van af dat ze naar school gaat op school niet zindelijk is. En ze geeft zelf thuis aan mama als ik ga plassen dan mis ik te veel van wat er verteld word

    BeantwoordenVerwijderen