20 nov. 2012

ZO ANDERS

Een moeder op het schoolplein:
Wat is er toch zo anders aan een hoogbegaafd kind? Waarom heeft deze, volgens hun ouders en al die specialisten, zo veel meer hulp nodig dan een normaal begaafd kind? Is dat geen onzin? Kan iemand me dat eens uitleggen?

Nou, dat wil ik wel!
Al eerder schreef ik een blog over hoe moeilijk het kan zijn om een hoogbegaafd kind te begrijpen. Daarin ging ik in op het verschil in beleving van de wereld door het verschil in intelligentie. Vandaag wil ik nog een stapje verder gaan in die uitleg. Daarvoor eerst een korte uitleg van een wiskundige theorie:

De Catastrophe Theory
Wiskundige René Thom ontwikkelde in 1968 de Catastrophe Theory. Hij wilde daarmee bijvoorbeeld verklaren hoe sommige stoffen plotseling kunnen veranderen van samenstelling of vorm tot iets compleet anders. Het simpelste voorbeeld is water. Wanneer water heter en heter en heter wordt, zal dit, afhankelijk van de temperatuur, de hoeveelheid, de druk en de chemische toevoegingen, veranderen in een totaal andere vorm: stoom. Er komt dus een punt waarop meer en meer en meer leidt tot ANDERS. Dit is de Catastrophy Theory. Het geldt natuurlijk ook voor water dat kouder en kouder en kouder wordt. Ook hier leidt meer kou tot iets heel anders: ijs.

Anders door begaafdheid
Dit principe kun je ook toepassen op hoogbegaafdheid. Wanneer een persoon beschikt over meer intelligentie, meer autonomie, meer gevoeligheid, meer motivatie, en ga zo maar door, ontstaat er een persoon die niet alleen maar méér slim is dan anderen, maar juist iemand die ANDERS is. Het is een persoon die niet behoefte heeft aan méér van dezelfde lesstof, maar aan ANDERE lesstof. En een andere uitleg en benadering van lesstof. En hier gaat het vaak fout in ons reguliere onderwijs. De lesstof wordt wel wat aangepast, en de leerling mag soms zelfs een dagdeel naar een plusklas. Maar is dat voldoende 'anders' voor de leerling? De inhoud van de lesstof, de materialen waarmee gewerkt wordt én de manier van aanbieden moeten dus niet leiden tot méér werk maar tot ANDER werk.

Gaat het niet lekker met die hoogbegaafde leerling in je klas? Vraag jezelf dan af of de lesstof ANDERS genoeg is voor deze anders denkende leerling. En als je er niet alleen uitkomt, vraag dan hulp aan je ib-er, aan de ouders én aan het kind zelf!

Dus, beste moeder op het schoolplein: een hoogbegaafde leerling heeft dus niet méér begeleiding nodig dan andere kinderen, maar hij heeft ándere begeleiding nodig. En dat is helemaal geen onzin.

2 opmerkingen:

  1. Dit is een uitleg die ik als doorsneebegaafde helemaal begrijp. Behalve dan HOE die andere vorm van lesstof en begeleiding er uit zou moeten zien.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Goeie vraag! Het probleem is dat het 'anders' bij elke begaafde er zo anders uit kan zien. Daardoor is er geen eenduidig antwoord te geven op je vraag. Duidelijk is in elk geval dat 'meer van hetzelfde' een hoogbegaafde niet gaat helpen. Kijk goed naar de leerling, betrek de ouders in dit proces (zij hebben vaak al veel kenis in huis!) en vergeet het kind zelf niet te vragen.
    Er zijn legio materialen voor hoogbegaafde leerlingen, van goed tot minder goed, en daar kan je uit putten. Kijk eens op de website van SLO voor ideeën. Maar minstens zo belangrijk is de manier van aanbieden. Hoogbegaafde kinderen leren graag op een begeleide onderzoekende manier, met veel ruimte voor hun eigen autonomie. Ik ga even broeden op een volgend blog waar ik hier dieper op in kan gaan.

    BeantwoordenVerwijderen