18 nov. 2012

Het gemiddelde kind

Onderpresteren. Elke leerkracht heeft er over geleerd of gelezen. Maar zou er bij jou in de klas ook een onderpresteerder zitten? Hoe kom je daar nou achter? Onderpresteren is niet alleen ‘weggelegd’ voor hoogbegaafde leerlingen. Ook normaal- en meerbegaafde kinderen presteren soms minder dan ze zouden moeten kunnen. Hierdoor wordt veel talent onbenut. Dr. Sylvia Rimm noemt onderpresteren "een nationale epidemie". En inderdaad, als al deze leerlingen beter zouden kunnen presteren, zou dat enorm veel potentieel tot wasdom laten komen.


Wat is het nou precies?
Onderpresteren betekent dat een leerling minder presteert dan dat je op basis van zijn aanleg/kwaliteiten zou kunnen verwachten. Je kunt daarbij denken aan kinderen die de ene na de andere onvoldoende scoren (absoluut onderpresteren) of aan leerlingen die zevens halen, terwijl een tien voor hen ook haalbaar zou zijn (relatief onderpresteren). Deze laatste groep komt het meest voor. Het is ontzettend lastig om deze leerlingen in je klas te herkennen. De onderpresteerder past zich aan het niveau van je groep aan, om niet op te vallen. Kijk daar dan maar eens doorheen! 

Leerhonger
Tessa Kieboom beschrijft in haar boek Jij kan beter! hoe onderpresteren ontstaat. Ze vergelijkt ‘leerhonger’ met de dagelijkse behoefte om te eten. Stel dat je elke dag zo'n 5 boterhammen nodig hebt om je trek te stillen. Maar je krijgt er elke dag maar 3. Je zal elke dag voeding tekort komen, maar je lijf zal zich aanpassen naar het dieet dat je krijgt voorgeschoteld. Je honger zal verdwijnen, maar toch krijg je continu te weinig voeding binnen. En ergens blijft er misschien een ontevreden gevoel. Dit is eigenlijk wat er ook gebeurt met veel hoogbegaafde leerlingen. In het basisonderwijs beheersen hoogbegaafde kinderen al 35-50% van de lesstof vóórdat deze behandeld is. Wanneer er dan geen passend alternatief wordt geboden, kan het kind zich gaan aanpassen aan het niveau van de klas. Het gaat dan onderpresteren. 

Wanneer leerlingen te weinig worden uitgedaagd, verliezen zij het gevoel van controle over hun schoolprestaties. Ze verliezen vaak zelfvertrouwen, ontwikkelen een laag zelfbeeld. Dit heeft te maken met hun fixed mindset. Hierover schreef ik eerder al een blog. Ze leveren liever een prestatie waarmee ze risicoloos meedeinen in de klas, dan dat ze een risico nemen. 



Basisvaardigheden blijven achter
Door deze houding ontwikkelen ze allerlei persoonlijke basisvaardigheden veel minder dan goed presterende leerlingen. Zoals het doorzettingsvermogen. Deze leerlingen schudden een zesje uit hun mouw en leren niet hoe ze zich moeten inspannen als de lesstof even moeilijk wordt. Ze gaan daardoor inspanningen vermijden. Ook leggen ze hun lat lager: wanneer ze hun verwachtingen verlagen, dan is het risico om te falen ook kleiner. Ook ontwikkelen zij hierdoor niet de belangrijke leerstrategieën.

Hetzelfde geldt voor vaardigheden op het gebied van zelfdiscipline, zelfsturing, verantwoordelijkheid, etc. Verder stellen ze zich in hun leren vaak erg afhankelijk op van anderen. Ook hebben deze leerlingen vaak een gebrek aan zelfkennis en inzicht in wat hen werkelijk motiveert. En het gebrek in deze vaardigheden zal ze niet alleen op school tegenwerken, maar juist ook later, in studie en werk, komen ze hun beperkingen keihard tegen.
Genoeg redenen om er iets aan te doen. Maar hoe? Om onderpresteren te verminderen, moet je het eerst signaleren om het vervolgens te kunnen aanpakken.

Signaleren
Uiteraard is onderpresteren het beste te voorkómen. Het zou daarom goed zijn om hier specifiek aandacht aan te geven bij de intake op school. Gebruik de kennis en mening van de ouders. Hoe zien zij de ontwikkeling van hun kind? Wat valt het op? Was er al sprake van onderpresteren op het kinderdagverblijf (gebeurt regelmatig!)? Wees er bewust van dat een kind zich binnen 6 weken volledig kan aanpassen aan een klas!

Er bestaan ook speciale signaleringslijsten waarin (kans op) onderpresteren wordt meegenomen. Zie je kenmerken uit de vorige alinea’s bij een leerling? Trek dan ook aan de bel. Neem verder in overweging:
  • Meisjes vertonen vaker aanpassingsgedrag dan jongens, omdat zij het vaker belangrijk vinden om bij een groep te horen. Dit speelt vooral in het VO een belangrijke rol in onderpresteren. Dit betekent niet dat jongens niet kunnen onderpresteren! 
  • Heeft een kind heel wisselende resultaten? Zoals lage cijfers voor het schoolse werk, maar hoge voor bijv. projecten of werkstukken? Misschien is het een onderpresteerder.
  • Verdenk je een leerling van ADHD? Overweeg of de opgewondenheid, de hoge creativiteit, onoplettendheid, het snelle tempo en/of impulsief gedrag niet voortkomt uit verveling en onderpresteren. Hoogbegaafde leerlingen krijgen nog vaak onterechte labels als ADHD of PDD-NOS opgeplakt. 
  • Leerlingen uit lagere sociale milieus met een goed stel hersens krijgen vanuit huis vaak minder stimulering mee. Door de lage verwachting van hun ouders kunnen zij geneigd zijn om te gaan onderpresteren. En daardoor ontdekken leraren vaak de eigenlijke capaciteiten van zo'n leerling niet.
Onderpresteren aanpakken
Dit is moeilijk en complex. Wanneer je onderpresteren vermoedt, zoek dan steun bij je ib-er. Samen met de ouders zal een plan moeten worden opgesteld. Daarin zijn de volgende stappen essentieel:
  1. Zorg dat je uitgebreid overzicht krijgt van de vaardigheden, talenten en soort van onderpresteren van het kind. Hierbij is een IQ-test, didactische toetsen, een uitgebreide beschrijving van talenten, karakter en interesses noodzakelijk. Vergeet hierbij de mening van de ouders niet!
  2. Communiceer regelmatig en planmatig met de ouders. Bespreek de vooruit/achteruitgang op een open manier. Kijk hoe je elkaar kunt versterken. 
  3. Pas je verwachtingen van het kind aan. Soms kun je moeilijk geloven dat dít kind meer kan dan hij laat zien. Toch is het belangrijk dat je hoge verwachtingen hebt. Pas dán kan bij het kind de basis worden gelegd tot eigen hoge verwachtingen. De hele omgeving zal deze verwachtingen moeten aanpassen.
  4. Geef de leerling een rolmodel om zich mee te identificeren. Onderzoek toont aan dat de beste omgeving voor bijv. een onderpresterende jongen is een sterke, competente vader. Dit is niet altijd te realiseren. Zoek daarom een rolmodel dat bij deze leerling past. 
  5. Start met een plan om de basisvaardigheden te verbeteren. De uitvoering hiervan vraagt om enig fingerspitzengefühl. Hiermee bedoel ik dat je moet proberen aan te voelen hoeveel je van de leerling kunt vragen (bijv. in onafhankelijkheid) op dat moment. 
  6. Maak de aanpassingen zowel op school als thuis. Gesprekken tussen ouders en de leerkracht zullen laten zien dat de leerling op soms manipulatieve manieren probeert zijn onderpresteren gedrag voort te zetten. Uitspraken als “Mijn moeder heeft mijn huiswerk kwijtgemaakt.” Of  “De juf helpt me helemaal niet als ik het niet snap.” zullen zeker voorbij komen.
Tot slot: Uit onderzoek blijkt dat de belangrijkste oorzaak van onderpresteren is het ontbreken van een intellectueel klimaat op een school. Dus: hoe staat jouw school er dan voor?
 
Leestips:
Heb je nog aanvullingen? Heb je een vraag? Laat het hieronder weten. Ik vind het erg leuk om reacties te lezen!

1 opmerking:

  1. Mooi duidelijk artikel Voor de verdieping kan ik jullie het boek Onderpresteren in het basisonderwijs aanraden! Vaak gaat dit toch even een stapje verder dan een artikel op het internet. Boek staat op nummer 8 op deze lijst met boeken over hoogbegaafdheid erg interessant!

    BeantwoordenVerwijderen